top of page

Hoe films met je hoofd spelen - Deel 2

Door: Maureen Vreeburg Dit artikel is een vervolg op mijn artikel ‘Hoe films met je hoofd spelen’. Toen ik bezig was mij te verdiepen in de manier waarop films je kunnen manipuleren, besefte ik me steeds meer waar filmmakers wel niet allemaal op letten bij het maken van een film. Ergens is het ook wel logisch als ik me bedenk hoeveel impact films op mij hebben. Ik kan me soms dagenlang slecht voelen na een heftige film en als ik me juist al verdrietig voel, kunnen Taika Waititi films me opvrolijken zoals niemand anders dat kan.

Sinds het begin van de film is al duidelijk dat films een bepaalde invloed op jou als kijker uitoefenen. Maar het is pas sinds de jaren 90 dat er echt onderzoek naar gedaan werd. Ik stuitte op een interessante wetenschap. In de neurocinema hebben ze veel onderzoek gedaan naar het effect van films en nog steeds zijn ze bezig met onderzoeken.



Tekening door Maureen Vreeburg Jaren terug hebben neurowetenschappers een aantal vrijwilligers 30 minuten lang naar The Good, The Bad and The Ugly laten kijken. Daarbij hebben ze via fMRI de hersenactiviteit en oogbewegingen van de kijkers vastgelegd. De resultaten waren erg indrukwekkend. Bij een groot deel van de kijkers synchroniseerde de hersenactiviteit met elkaar. Dat laat dus heel duidelijk zien wat voor controle die film op je hersens heeft. Het verschilt wel per soort film wat je kijkt. Bij reality programma’s was het percentage veel lager. Dat komt natuurlijk ook doordat daar minder aandacht besteed wordt aan de visuele kant van de film. Het verschilt dus wel per regie en edit stijl wat voor impact een film maakt op je hersenen, wat het eigenlijk wel interessant maakt.


Een goed voorbeeld van een regisseur die dit goed onder de knie had, is Alfred Hitchcock. En wat het nog interessanter maakt, is dat er in zijn tijd nog lang geen onderzoek gedaan was naar de neurocinema. Toch had hij al goed door hoe hij zijn publiek moest bespelen. Er is ook een onderzoek gedaan met zijn film ‘Bang, You’re Dead’ en daar kwam ook uit dat bij 65% van de kijkers de hersenactiviteit bijna geheel gelijk was. Hitchcock gebruikt zelf een mooi voorbeeld in een interview tijdens een AFI seminar over hoe je spanning creëert voor mensen. Hij omschrijft een scène waarin een groep mensen aan een tafel zitten over basketbal te praten. Uit het niets gaat een bom af vanuit onder de tafel. Scène over. Als je dat zou zien, voelde je heel even die laatste seconden dat de bom afgaat spanning. Máár wanneer je de kijkers al voor de scène laat weten dat er een bom onder die tafel zit, kijk je ineens heel anders naar die scène en zit je al vanaf het begin in spanning. Want er gaat zo een bom af! Zoals Hitchcock zegt: “You got the audience working”. Dit is een simpel maar heel sterk voorbeeld van hoe Hitchcock al heel goed doorhad hoe je met de kijkers kan spelen als het ware. Hij wist precies hoe hij een scène moest opbouwen om jou te laten zweten.


De wetenschappers kwamen erachter dat drie elementen uit films de meeste hersenactiviteit opleverden, namelijk krachtige shots, zoals bepaalde close-ups, spannende muziek en opvallende overgangen van scènes. Een film bestaat eigenlijk uit beeld en geluid. “Omdat beeld en geluid ieder afzonderlijk een verhaal kunnen vertellen, stel ik voor om de filmische verteller op te splitsen in verteller op het beeldspoor en een verteller op het geluidsspoor”. aldus Peter Verstraten in zijn boek ‘Handboek voor filmnarratologie’. Hier zie je dus heel duidelijk dat zowel de beeldverteller (close-ups, wissel shots) als de geluids verteller (muziek) invloed hebben op de hersenactiviteit.


Verschillende genres hebben wel een verschillende uitkomst. Zo zullen thrillers of horror een hoger resultaat in gelijkheid tussen de kijkers hebben, dan een comedy of emotionele film. Met comedy is het weer heel subjectief wat jij als individu als grappig beschouwt en met emotionele films is het ook wel erg bepalend hoe gevoelig de kijker is.

Er zijn nu ook verschillende bedrijven die zich richten op het testen van trailers op hersenactiviteit, zoals MindSign. Nu er steeds meer kennis binnen de neurocinema komt, is de vraag hoe filmmakers hier mee om zullen gaan. Gaat het steeds normaler worden om neurowetenschappers bij films te betrekken om films zo te creëren dat we straks bij bijna alle films die hoge hersenactiviteit gaan ervaren? Veel filmproducenten en bedrijven zijn er niet open over in hoeverre ze gebruik hebben gemaakt van neuroscience in hun films. NeuroFocus CEO A. K. Pradeep zegt wel dat het een “game-changer” is voor de filmwereld. Waarschijnlijk gaat Netflix hier ook wel veel gebruik van maken, als ze dit niet al doen, om films en series te creëren die nog verslavender zijn en nog meer ‘gebingewatched’ worden.



Ik vind het zo mooi en belangrijk om te zien dat films veel meer zijn dan alleen visuele kunst. Zoals Mieke Bal heel mooi zegt in het voorwoord van Peter Verstraten’s ‘Handboek voor Filmnarratologie’: “Films worden veelal onder de visuele kunst gerekend. Daarmee doet het vak zichzelf en zijn studieobject tekort. Films bevatten niet alleen net zoveel tekstuele elementen als visuele - de dialogen alleen al, en veelal vertellers, voice-over en de vertelling ondersteunende muziek - maar ook is de opeenvolging van beelden in de tijdsduur van de film onvermijdelijk narratief”. Juist de combinatie van de visuele en narratieve elementen van films zorgen voor die extra empathie (lees: Deel 1) en voor de hoge hersenactiviteit.

Hoe indrukwekkend ik deze kennis ook vind, vind ik het ook eng dat het weer een hele industrie aan het worden is en bedrijven er gebruik van maken om je hersenen te beheersen en beïnvloeden om daarmee succesvollere films te kunnen maken. En dat terwijl je dacht dat ondanks de wereld steeds meer op George Orwell’s 1984 begint te lijken, je mind nog je eigen is en je gedachten vrij zijn…



To be continued

‘Handboek voor filmnarratologie’ van Peter Verstraten

50 views0 comments

Recent Posts

See All

Comments


bottom of page